75 + 3 JAAR GELEDEN (15)

19 februari 2021

Op vrijdag 19 februari 1943, dus vandaag exact 78 jaar geleden, worden twee joodse moeders uit Schiedam, direct na aankomst in Auschwitz vergast: Ursula van Kloeten-Israelowicz met haar driejarige dochtertje Yvonne en Mathilde Koetser-Bosman met haar negenjarige zoon Ferdinand. In Schiedam woont het gezin Van Kloeten aan het Newtonplein, op nummer 9a; het gezin Koetser komt van de Hoogstraat, nummer 28.

Van de familie Van Kloeten staat de levensgeschiedenis al beschreven op de website van de Stichting Stolpersteine Schiedam, in de map Verhalen. Het begint met Joseph Salomon van Kloeten die in 1830 in Den Bosch wordt geboren (zie https://www.stolpersteineschiedam.nl/2018/05/19/meijer-van-kloeten-ursula-van-kloeten-israelowicz-en-dochtertje-yvonne-van-kloeten/ ). Deze Joseph Salomon is de opa van Meijer van Kloeten die op woensdag 23 november 1938 trouwt met Ursula Israelowicz.


Deze Ursula wordt geboren in Berlijn, op 1 februari 1920; ze is de oudste dochter van Walter Israelowicz en Erna Grüneberg. Ursula krijgt op 27 april 1922 een broertje met de naam Kurt; hij wordt geboren in Hüsten. En vier jaar later, als het gezin in Essen woont, komt er nog een zusje bij: Eveline (geboren op 30 oktober 1926).

Op de foto van links naar rechts: Ursula, Eveline, Kurt en moeder Erna Israelowicz-Grüneberg.

Walter Israelowicz (of Isralowicz) neemt zijn gezin in 1933 mee naar Nederland. Dat heeft vermoedelijk veel te maken met de gebeurtenissen in dat jaar want in 1933 krijgt Hitlers NSDAP Duitsland steeds meer in zijn macht. Hitler is op 30 januari tot rijkskanselier benoemd maar ondervindt in die periode hinder van een omvangrijke en effectieve oppositie van communisten en socialisten. Vlak voor de verkiezingen van 5 maart 1933 vindt op 27 februari de Rijksdagbrand plaats waar de Nederlandse communist Marinus van der Lubbe wordt gearresteerd. Ook drie andere communisten worden van hulp bij de brandstichting beschuldigd. Dit is het excuus om links letterlijk de mond te snoeren: vele communisten en socialisten, van KPD en SDP, worden geïntimideerd, opgepakt en weggeborgen in kampen. Het is het begin van de concentratiekampen. Met het ondertekenen door rijkspresident Hindenburg van het Rijksdagbranddecreet, in de dagen na de brand, worden vrijheden ingeperkt en kunnen politieke tegenstanders “rechtmatig” worden gearresteerd.

De linkse oppositie verliest bij de verkiezingen voor de Rijksdag op 5 maart enkele procenten maar behoudt toch zo’n 30% van de zetels. De NSDAP van Hitler krijgt met 44% nog niet de meerderheid. Met een tweede partij erbij lukt het wel een meerderheid te vormen die het democratisch staatsbestel in korte tijd uitholt: al op 23 maart 1933 verleent de Rijksdag aan Hitler alle mogelijke volmachten om de komende vier jaar zonder de Rijksdag te kunnen regeren. Alleen de SPD stemt tegen; de KPD is het functioneren -en daarmee het tegenstemmen- onmogelijk gemaakt.

Op 1 april 1933 worden Joodse producten officieel geboycot, op 10 mei 1933 is er de beruchte boekverbranding op de Opernplatz in Berlijn, waarmee wordt getracht de Duitse cultuur van alle “onreine elementen” te verlossen, door alle invloed en tekenen van Joden, communisten en sociaaldemocraten uit de kunst, de maatschappij en het openbare leven te verwijderen. Bij de volgende verkiezingen, al in november 1933, ligt er een eenheidslijst en is Duitsland veranderd in een dictatuur waar slechts één partij heerst.

In dat angstige jaar 1933 vertrekt Walter met vrouw en kinderen naar Nederland: vanaf 29 september 1933 staat het gezin Israelowicz ingeschreven in Rotterdam. Eerst inwonend op de Hugo de Grootstraat 10b, en later komen ze te wonen, via Jozefstraat 50b, De Graaf Florisstraat 8, en Anna Paulownastraat 52b, aan de Kruiskade 86. Walter is handelaar in dassen. Ursula vindt werk als winkeljuffrouw en leert Meijer van Kloeten kennen. Meijer van Kloeten werkt als bankbediende, vermoedelijk in Rotterdam of Schiedam. Maar volgens andere bronnen is hij verkoper van textielproducten. Heeft hij op die manier Ursula leren kennen?


Ze trouwen op het Rotterdamse stadhuis op 23 november 1938, als Ursula al vier maanden zwanger is, en gaan dan wonen in Schiedam, op Hoogstraat 56. Dat is vermoedelijk boven loterijkantoor en postzegelhandel “Mediair” (maar het kan zijn dat deze er pas vanaf maart 1940 zit).

Hierboven het bericht met aangiften Burgerlijke Stand in de Nieuwe Schiedamsche Courant van 24 november 1938: in de laatste regels staat dat “M. van Kloeten jm. 29 j.” is gehuwd met U. Isralowoz (!), een jongedame van 18 jaar.

De standaardadvertentie van het loterijkantoor “Mediair”, van Hoogstraat 56, het adres waar Ursula en Meijer van Kloeten ‘boven’ gaan wonen.

Op 20 april 1939 is er een volgende vermelding in de rubriek Burgerlijke Stand wanneer de geboorteaangifte wordt gepubliceerd van een dochter voor Ursula van Kloeten-Isralowicz (zie de tweede regel). Op 19 april 1939 is namelijk Yvonne geboren.

Anderhalf jaar later, op 26 oktober 1940, is er weer een advertentie in de Nieuwe Schiedamsche Courant, een annonce in de rubriek Vraag en Aanbod. Op het nieuwe adres Newtonplein 9a worden babyspullen te koop aangeboden:

Waarom worden de spullen verkocht? Heeft de kleine Yvonne -ze is nu anderhalf- het niet meer nodig omdat ze eruit is gegroeid? Hebben ze plannen waarbij een kinderwagen, een box en een stoeltje alleen maar onhandig zijn? Is er geld nodig? Willen ze onderduiken? Opa Walter en oma Erna Israelowicz verhuizen per 30 januari 1941 nog naar Hilversum (Havenstraat 101); hebben Meijer en Ursula ook plannen?

In november 1942, in “de zwarte dagen van Schiedam”, worden 51 Joodse Schiedammers op hun woonadres opgehaald en gearresteerd. Op dinsdag 24 november wordt ook het gezinnetje Van Kloeten opgehaald vanaf het Newtonplein. Ze worden naar het politiebureau gebracht aan de Lange Nieuwstraat (registratie om 11.15 uur) om die avond om 18.00 uur op de trein te worden gezet naar Amsterdam, naar het Adama van Scheltemaplein.

Op donderdag 26 november arriveren Meijer, Ursula en Yvonne van Kloeten in Kamp Westerbork. Na een verblijf van 82 dagen staan ze op de lijst om op dinsdag 16 februari 1943 op transport te worden gesteld naar Auschwitz: transportnummer 50.

Op diezelfde lijst staat ook een ander Schiedams gezinnetje, dat van Max, Mathilde en Ferdinand Koetser-Bosman. Max Koetser is de zoon van Ferdinand Koetser en Eva Koetzer (met een z). Max wordt op 11 mei 1904 in Amsterdam geboren als eerste kind; hij volgt zijn vader op als sigarenfabrikant (SI-FA-KO: Sigaren-Fabrikant-Koetser) maar gaat later in manufacturen, de sector van zijn schoonvader.

Op 24 maart 1932 trouwt Max Koetser met Tilly (Mathilde) Bosman. Zij is de dochter van Joseph Meijer Bosman, koopman in manufacturen, en Jeanette Pieters. Tilly wordt geboren in Rotterdam, op 3 april 1905, als vierde kindje, na Maurits Joseph die maar een maand leeft, een tweede jongetje (zonder naam) dat op zijn geboortedag sterft en Sara die op 15 september 1902 wordt geboren. De moeder sterft op 20 oktober 1917 als Tilly nog maar twaalf jaar oud is. 

Max en Tilly wonen na hun trouwen eerst op diverse andere adressen in Amsterdam dan het toekomstig adres van de trouwadvertentie; als ze op het eerste adres wonen -in de Weissenbruchstraat- wordt op 4 juni 1933 (zie de annonce in het Algemeen Handelsblad van 6 juni) Ferdinand Koetser geboren, in de Luthersche Diaconessen Inrichting te Amsterdam.

Van de Weissenbruchstraat 15 verhuizen ze met z’n drietjes op 9 juli 1935 naar Vijzelgracht 63.

Op de foto het hoekpand Vijzelgracht 63 waar Max, Tilly en de kleine Ferdinand korte tijd in juli 1935 verblijven.

Over de nieuwbouw van Vijzelgracht 63 verscheen een waarderend bericht in het Algemeen Handelsblad van 21 februari 1894. Het proeflokaal van toen is nu Café Le Patron.

Al op 1 augustus 1935 verhuizen ze dan toch door naar het beoogde adres aan de Stadionkade 142 II, om 2½ jaar later Amsterdam te verlaten voor Schiedam. Op 22 januari 1938 schrijft het echtpaar zich in, in Schiedam, met Hoogstraat 28 als woonadres. Op dat adres gaat Max een winkel in manufacturen drijven.

De gezinskaart van de gemeente Schiedam waar Max nog als sigarenfabrikant wordt omschreven.


Op 22 november 1941 sterft (schoon)vader Joseph Meijer Bosman. Hij wordt begraven op de Joodse begraafplaats aan het Toepad in Rotterdam.

In de politierapporten is terug te vinden dat het gezin Koetser een jaar later, op 23 november 1942, om 11.50 uur is opgepakt. Een dag vóór het gezin Van Kloeten. Vermoedelijk gaan Max, Tilly en Ferdinand ook via Amsterdam naar Kamp Westerbork; beide gezinnen arriveren daar op 26 november 1942. Voor Max Koetser is er een baantje, volgens de archiefkaart (Arolsen Archives): hij wordt ingezet voor de controle op, en het sorteren van binnenkomende goederen. Het levert hem geen Sperre op (een reden om niet op transport te worden gezet). De indruk van hem is: “flink en actief”.

Ook op de kaart van Tilly staat een bijzondere vermelding: “Soc. huisbezoekster”. Ook dat levert geen Sperre op.

De grote rode T met daarachter 16-2-43 is duidelijk. Net als het gezin Van Kloeten gaat het gezin Koetser op 16 februari op transport, nummer 50. Er worden met die trein van 25 wagons 1108 mensen gedeporteerd waaronder 207 kinderen. Na de aankomst in Auschwitz op 19 februari worden 200 mannen en 61 vrouwen toegelaten tot het kamp. Tot die 200 mannen horen beide vaders, Meijer van Kloeten en Max Koetser; zij worden geselecteerd voor het kamp, om arbeid te leveren. Beide mannen worden 2½ maand later en op dezelfde dag omgebracht, op 30 april 1943.

Beide moeders, Ursula en Mathilde, gaan met hun kinderen, Yvonne van drie en Ferdinand van negen, in een lange rij van “die Rampe” -waar de selectie plaatsvindt- naar de douches waar met gas een eind aan hun leven wordt gemaakt. Het is dan vrijdag 19 februari 1943, vandaag precies 78 jaar geleden.

Op het Newtonplein voor nummer 9a en in de Hoogstraat voor nummer 28 liggen elk drie Stolpersteine, om te herinneren aan het gezin Van Kloeten-Israelowicz en aan het gezin Koetser-Bosman door hun naam te lezen en al doende voor hen het hoofd te buigen.

Stolpersteine voor Gezin Koetser

Stolpersteine gezin van Kloeten

Met dank aan: Stadsarchieven Schiedam, Rotterdam en Amsterdam. Beeldbank Schiedam, Delpher Archief, Joodsmonument, Joods erfgoed Rotterdam, Arolsen Archieven. Herinneringscentrum Kamp Westerbork en Gerry Gruneberg (“My Lucky Life”).