“Happy days are here again!”, de onderduik van Leon Heijermans en zijn vergeefse ontsnapping.

1 november 2020

Leon Heijermans, van Passage 8, duikt -waarschijnlijk in 1942- onder in Eindhoven in de Edelweissstraat, vermoedelijk bij Aaltje Jonker-van Ringen en haar drie kinderen, op nummer 108. En anders bij Hendrika Wassink, en dochter Willy, op 111. Om de hoek, op het adres Leenderweg 307, woont Hendrika Wilhelmina Pos (nu: Henny) tussen 1941 en 1943 op kamers bij de weduwe Pierina Jansen-Spijksma en haar dochter. Henny vertelt dat ze in die tijd bij de Philipsfabrieken werkt; ze is dan 20 jaar oud (geboren op 27 juni 1922). Op een dag, ergens in 1942, wandelt Leon langs het huis aan de Leenderweg en hij ziet haar zitten door het open raam op de eerste verdieping. 

Hendrika Wilhelmina Pos in 1943

Leon, als man van de wereld, spreekt haar vanaf het trottoir aan en ze raken in gesprek. En niet veel later zijn ze bevriend (“boyfriend and girlfriend”), hoewel hij een stukje ouder is want Leon is van 1913. Volgens Henny is Leon zelfbewust, vol vertrouwen over de toekomst en optimistisch. Op de vaste avond uit, de zaterdag, neemt Leon Henny mee naar restaurants in Eindhoven. Als ze in het donker van de verduisterde stad naar huis terugwandelen gebruiken ze een knijpkat, waarschijnlijk eentje van Philips, om hun weg te vinden.

Knijpkat

Wanneer Leon op een keer wordt aangesproken met de vraag of hij soms Joods is, antwoordt hij overtuigend dat hij die vraag vaker krijgt. Zijn verklaring, dat zijn familie oorspronkelijk uit Spanje komt en dat hij er daarom Joods uit ziet, is blijkbaar genoeg. Ook wanneer een Duitse soldaat hem eens de richting vraagt naar het treinstation reageert Leon vol zelfvertrouwen en wijst hem in vloeiend Duits de verkeerde richting. Henny: “I think the German missed his train.”

Leon is volgens Henny vol optimisme en bravoure: ze gaan zelfs een weekendje weg naar ’s Hertogenbosch. Leon spreekt over trouwen, over hoe hun huis eruit komt te zien. Hij vertelt haar dat hij voor de oorlog ook in Engeland is geweest, voor zijn werk, en daar “Happy days are here again” heeft geleerd. Dat liedje zingt hij vaak voor zijn Henny.

Leon neemt haar ook mee wanneer hij in het najaar op bezoek gaat bij zijn zus Sarah Clara van der Burg-Heijermans in Rotterdam. Henny vertelt dat die zus met een christen is getrouwd en daarom geen ster draagt. (Overigens ontkomt Sarah er niet aan om toch een Jodenster te dragen en haar kleinzoon Markus van der Burg meldt dat zij daar haar verdere leven last van heeft ondervonden: ze droeg altijd haar handtas tegen de borst alsof ze de ster moest verbergen…)

De betekenis van de anti-Joodse maatregelen kan Leon niet ontgaan zijn: zijn ouders waren op 14 oktober 1942 al in Kamp Westerbork gearriveerd. Leon moet ook steeds van identiteit wisselen en dat betekent voor Henny dat zij steeds zijn nieuwe naam moet leren en gebruiken. Ze vindt het jammer dat zij zich nu geen van die andere namen meer kan herinneren maar ja, ze is inmiddels 98 jaar oud.

Op een dag kondigt Leon aan dat hij die week erop Henny niet zal kunnen zien: hij krijgt een ander onderduikadres, locatie onbekend. Henny moet Leon inderdaad een paar weken missen, misschien wel langer. Maar dan staat Leon weer op de stoep en doet verslag van zijn belevenissen. Het nieuwe adres is in Amsterdam, zo vertelt Leon. Het duurt niet lang of Leon wordt opgepakt en ondervraagd door een Duitse Kommandant die hem met een zweep bedreigt en misschien ook wel slaat – Henny weet niet zeker of Leon ook geslagen is. Leon wordt gedwongen zijn identiteit prijs te geven als hij door al zijn aliassen heen is. Ze gooien hem voor een nacht in de cel, scheren z’n hoofd kaal en zetten hem de volgende dag op transport naar -zo vermoedt Henny- Kamp Westerbork. Maar Leon springt uit de trein en weet veilig te ontkomen en terug te keren naar Eindhoven.

Zijn bravoure is weg, de zelfverzekerdheid verdwenen. Zijn zelfvertrouwen en optimisme tanen maar zijn niet helemaal weg. Leon heeft gehoord dat sterke joodse mannen naar Polen worden gestuurd om daar in de mijnen te werken dus, als hij opnieuw zou worden gepakt, dan zou hij dat waarschijnlijk wel overleven, zo probeert hij Henny gerust te stellen. Vermoedelijk duikt Leon weer onder in de Edelweisstraat, op nummer 108. Maar dat is van korte duur want opnieuw vertrekt hij naar een onderduikadres in Amsterdam, zo krijgt Henny te horen. Daar wordt Leon voor de tweede keer opgepakt, en naar Kamp Westerbork getransporteerd… Deze keer weet hij niet te ontsnappen.

Deze nieuwe informatie is een belangrijke bijdrage aan de levensbeschrijving van Leon Heijermans. Het is te danken aan de reactie van Jenni Pass, dochter van Henny van der Schoot-Pos, op een oproep op Joods Monument. Op de foto hieronder de Leon Heijermans die Henny in de oorlog in Eindhoven leerde kennen en waarmee ze ongeveer een jaar bevriend was.

Leon Heijermans in Eindhoven in 1942


Na de oorlog emigreerde Henny via Indonesië naar Australië. Ze is nu 98 jaar oud, nog scherp van geest en kan zich Leon nog goed herinneren.

Henny van der Schoot-Pos en haar dochter Jenni toen Henny haar 96e verjaardag vierde.

De nieuwe informatie bereikte ons deze zomer waarna contact is gezocht met het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven en met Frank van Dijk van de Stichting 18 september te Eindhoven. Er is door de laatste een oproep geplaatst op Facebook om de inwoners van Eindhoven te vragen naar het goede, of meest waarschijnlijke onderduikadres.

Is het nummer 108 of nummer 111? Voor beide adressen is wat te zeggen. Henny vertelt over een alleenstaande vrouw, vermoedelijk een weduwe maar op beide adressen is de echtgenoot nog in leven als Leon er onderduikt maar… zowel Willem Jan Jonker, van 108, als Hendrik van Hoeven, van 111, plegen weerstand tegen de bezetter en moeten dat later in de oorlog met de dood bekopen.

Hendrik van Hoeven is constructietekenaar van beroep, is getrouwd met Hendrika Wassink en heeft een dochter genaamd Willy (maar Henny herinnert zich dat de dochter des huizes Rita of Ria werd genoemd). Hij wordt lid van het georganiseerd verzet (Eindhovense afdeling van de LO) en hij biedt met zijn vrouw onderduik aan joodse onderduikers. Hendrik wordt op 14 mei 1944 gearresteerd, komt terecht in Kamp Vught om daar drie maanden later te worden gefusilleerd, op 9 augustus 1944.

Maar Leon kan ook op nummer 108 zijn ondergedoken, bij de familie Jonker (hun dochter Gerritje kan best met Rietje, of Rita, zijn aangesproken en die naam herinnert Henny zich). Willem Jan Jonker werkt bij de NS als adjunct-commies en hij probeert kort voor de bevrijding van Eindhoven belangrijke grondstoffen die de Duitsers per treinwagon mee willen voeren, te verbergen. De Duitsers ontdekken de ondergedoken wagon en slagen erin hem weer in beweging te krijgen. Wanneer Willem Jan Jonker en Maarten Reuchlin, ingenieur, jonkheer en assistent-bedrijfsleider van de Philips-radiobuizenfabriek, per tandem de ‘rooftrein’ volgen, worden beiden opgepakt als spionnen en midden november 1944 met een nekschot gefusilleerd bij een bomtrechter bij vliegveld Venlo.

Onze dank gaat uit:

– naar belangstellende inwoners van Eindhoven die mee hebben gezocht ter bevestiging van de gegevens,

– naar Frank van Dijk van de Stichting 18 september die zijn netwerk heeft bevraagd en kennis ter beschikking heeft gesteld,

 naar de bezoekster van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven die alles op een rijtje heeft gezet maar ons onbekend is,

– naar Gerard Kuijpers van het RHC Eindhoven waar we met ons informatieverzoek terecht konden, 

– en natuurlijk en vooral naar mevrouw Hendrika Wilhelmina van der Schoot-Pos die haar kostbare vriendschap met Leon met ons heeft willen delen,

– en naar haar dochter Jenni die hierover met ons contact heeft gezocht en het relaas van haar moeder en Leon voor ons heeft opgeschreven.

Het levensverhaal van Leon Heijermans heeft meer kleur gekregen. Zijn levensbeschrijving op de website, onder het kopje “Verhalen” moet worden aangevuld en aangepast. Het verhaal is daarom voorlopig “ONDER BEWERKING”.