75 + 2 JAAR GELEDEN (6)

4 juni 2020

Op 4 juni 1943, dus vandaag 77 jaar geleden, mislukt de poging van een Schiedamse arts om Jenny Beatrice van Lissa te redden en wordt ook gymnasiaste Betty Jacoba van Klaveren vergast. De eerste is eigenaar van de “Rembrandt Apotheek”, van Rembrandtlaan 5, de tweede een meisje van 17 jaar, met schrijftalent, wonend op de Rotterdamschedijk 258b-II.

De naam Van Lissa is voor de oorlog in Schiedam een begrip door de activiteiten van de vader van Jenny Beatrice, Alexander Frans van Lissa. Hij is apotheker van beroep, op Hoogstraat 118, waar hij ook woont, tegenover Magazijn “’t Lichtpunt” van Benjamin Bouman (zie nieuwsbericht van 15 mei 2020). De heer Van Lissa houdt als apotheker toezicht op de correcte fabricage van diverse producten.

Vader Van Lissa laat in het maatschappelijk leven vaak van zich horen, ook letterlijk wanneer hij het debat aangaat met sprekers op een vergadering van het Algemene Nederlandsche Werkliedenverbond, over het koningshuis, de arbeidswetgeving, of de inrichting van fabrieken. In 1897 is Alexander van Lissa één van een subcommissie van prominente Schiedammers die voor een eerbetoon aan de terugtredend regentes gaan zorgen, samen met o.a. de heren Lechner, Loopuyt, Nolet, Roelants, Visser en Witkampf. Bekende Schiedammers!

Hij heeft functies in besturen waar M.C.M. de Groot ook actief is, en zij gaan publiekelijk met elkaar in debat. Zo noemt De Groot, tijdens de vergadering van de kiesvereniging Schiedam op 4 februari 1899, de voorstelling van socialisme die Van Lissa geeft maar vaag. Zie de Schiedamsche Courant van 7 februari 1899 (krantenkijker Gemeentearchief Schiedam). En Van Lissa treedt die avond ook af als penningmeester, na een voor hem teleurstellend debat over de statuten van de kiesvereniging.

Terug naar Jenny Beatrice: zij wordt geboren op 15 mei 1909. Haar moeder heet Blandina van Lissa-Lewin. Jenny legt in 1929 met goed gevolg het examen voor tuinbouwkundige af, op de meisjestuinbouwschool. En ze volgt ook opleidingen handelscorrespondentie, steno en typen waarmee ze de tweede apotheek (sinds 1932?) van haar vader kan leiden: de “Rembrandt Apotheek”, op de hoek van Rubensplein en Rembrandtlaan, nummer 5, met dhr. S. van der Schaaf als apotheker in dienst.

Rembrandt Apotheek

In 1935 overlijdt haar vader en vijf jaar later, in november 1940, ook haar moeder. Het lijkt erop dat ze er in de oorlog verder alleen voor staat. Vanwege haar functie heeft ze een “Sperre” die haar voor deportatie moet beschermen. Op 25 november 1942 wordt ze, volgens een politierapport, opgenomen in een instelling voor psychiatrische patiënten te Noordwijkerhout. Is ze in de war, een gevaar voor zichzelf of voor anderen, zwaar depressief? Het zou kunnen maar… waarom wordt ze dan door agenten begeleid naar het katholieke Sancta Maria. Is ze katholiek geworden?

Er is een andere verklaring mogelijk. Sancta Maria is blijkbaar ook een onderkomen voor Joodse onderduikers. Het zou kunnen dat er een Schiedamse huisarts is die Jenny laat opnemen, en daarmee onderduiken. Er zijn op dat moment in Nederland artsen in verzet via “Medisch Contact”, zo wordt dat genoemd. Heeft een Schiedamse arts dat risico genomen, misschien vanwege de oude banden met apotheker Van Lissa? Is het nodig om ook de burgemeester om de tuin te leiden? En zijn de politieagenten op de hoogte en spelen ze het spelletje mee, of worden zij door arts en patiënte voorgelogen?

Wat ook de waarheid is, het redt Jenny niet het leven. Op 31 december 1942 richt de Sicherheitspolizei onder leiding van Sturmbahnführer Franz Fischer (later één van “de Vier van Breda”) de aandacht op psychiatrische ziekenhuizen en doet een eerste inval waarmee duidelijk wordt dat ook instellingen geen veilige schuilplaats zijn. Het is niet bekend of Jenny op 6 januari 1943 nog naar psychiatrisch ziekenhuis Coudewater te Rosmalen is verplaatst, samen met 133 andere patiënten van Sancta Maria. Eind mei wordt ze opgepakt. Op 25 mei 1943 arriveert Jenny in Kamp Westerbork (barak 63). Daar is ze maar kort want al op 4 juni 1943 wordt ze in Sobibor vermoord, 34 jaar oud. Op een archiefkaart in het Arolsen Archief staat over haar: “Zeer flink, kan goed met publiek omgaan.” Toch iets van haar vader meegekregen?

Half zo oud als Jenny wordt Betty Jacoba van Klaveren; ze wordt op 22 december 1925 geboren als dochter van Benjamin en Flora van Klaveren-de Zoete. Het gezin is van liberaal-joodse huize en Betty volgt een gymnasiumopleiding. Als de oorlog uitbreekt is ze vijftien. Ze krijgt werk op het Schiedamse bureau van de Joodse Raad, volgens haar archiefkaart in het Arolsen Archief. Om die reden heeft ze waarschijnlijk in eerste instantie ook een “Sperre” die haar in mei 1943 niet helpt. Ze arriveert op 25 mei 1943 in barak 62 van Kamp Westerbork. Dan zijn haar ouders al een half jaar dood, op 5 november 1942 vermoord in Auschwitz.

Betty is 13 als ze een jaar voor het uitbreken van WOII een stukje schrijft in het Nieuw Israëlitisch Weekblad, van 12 mei 1939. Over vluchtelingen, ingegooide ramen, een vreselijk concentratiekamp, een leeg huis aantreffen en op zoek gaan naar moeder, in het Niederwald, een treinreis naar het westen, van Kleef in Duitsland naar Nijmegen, om direct op transport te worden gezet naar Engeland. Om daar weer in kampen terecht te komen. En uiteindelijk het leven weer op te pakken.

Op 1 juni 1943 vertrekt uit Kamp Westerbork geen trein naar het westen maar naar het oosten, naar Sobibor. In dat transport zit ook Jules Schelvis die als één van de weinigen Sobibor overleeft door zich bij aankomst te melden voor de ordedienst, denkt hij, maar hij wordt in een ander kamp te werk gesteld. Zijn vrouw, Rachel Schelvis-Borzykowski, wordt na aankomst in Sobibor, op 4 juni 1943, direct vergast, net als vele anderen waaronder Betty van Klaveren en Jenny van Lissa, de eerste 17 jaar, de tweede 34.

In de Rembrandtlaan voor nummer 5b, en op Rotterdamschedijk, voor nummer 258b – II, liggen Stolpersteine, om te herinneren aan Jenny Beatrice van Lissa, respectievelijk Betty Jacoba van Klaveren door haar naam te lezen en al doende voor haar het hoofd te buigen.