75 jaar geleden

3 mei 2020

Op 3 mei 1945, 75 jaar geleden en vlak voor het einde van WO2, wordt Schiedammer Ary Post slachtoffer van het RAF-bombardement op Duitse schepen in de Lübecker Bocht. In de oorlog woont Ary in de Wattstraat; daar verbergt hij vier joodse onderduikers. Deze onderduikers worden tegelijk met Ary Post op 1 november 1943 opgepakt.

Ary Post –geboren op 27 januari 1900 te Schiedam- is winkelier/waterstoker. Wegens deelname aan het verzet wordt hij op 1 november 1943 gearresteerd, en via Amsterdam naar Kamp Vught gebracht, blok 18a. Daar zit hij tot de ontruiming op 6 september 1944; daarna verblijft hij tot 16 oktober 1944 in KZ Sachsenhausen; op die dag komt hij aan in KZ Neuengamme. Met het oprukken van de geallieerde troepen wordt bevel gegeven alle kampen van Neuengamme te ontruimen, bewijzen van onmenselijke misdaden te vernietigen, gevangenen die er te slecht aan toe zijn te vermoorden en anderen richting Lübeck te verplaatsen, soms per trein maar meestal lopend (dodenmarsen). Ze komen terecht aan boord van o.a. de Cap Arcona, de Thielbek en de Athen.

Bij de Britten ontstaat het vermoeden dat er met schepen in de Lübecker Bocht soldaten en SS’ers zullen worden verplaatst, met de bedoeling om de oorlog in Noorwegen voort te zetten. Er zijn ook signalen die erop duiden dat die indruk bewust door de Nazi’s gewekt wordt zodat de geallieerden het laatste beulswerk verrichten en met het bombardement de bewijzen van de onmenselijke behandeling in de concentratiekampen zullen vernietigen. Waarschuwingen -dat er vluchtelingen uit concentratiekampen aan boord zijn- hebben in elk geval niet, of niet tijdig, de juiste personen bereikt om de bombardementen af te blazen. In totaal komen er zo’n 7.000 gevangenen om het leven en overleven slechts circa 350 mensen de ramp.

Als men al levend één van de schepen weet te verlaten, en niet verbrand of verdrukt wordt, dan is de hel nog niet voorbij. In het water worden velen geraakt en dodelijk getroffen door materiaal dat anderen vanaf het schip naar beneden gooien om mee te kunnen drijven. Er zijn kleinere schepen die alleen SS’ers redden: andere drenkelingen worden weggeduwd of vermoord. Het water is koud, levensbedreigend voor ondervoede en verzwakte gevangenen. En wie de kust bereikt loopt het risico door Duitse soldaten, SS’ers of Hitlerjugend alsnog te worden vermoord.

Ergens in deze ellende komt Ary Post om het leven, op 3 mei 1945. Hij sterft vlak voor het einde van de oorlog omdat hij onderdak had geboden aan het echtpaar Heiman Viool en Alida Meijer (beiden op 19 november 1943 in Auschwitz vermoord) en het echtpaar Machiel Peekel en Rozine de Liema (op 31 maart 1944, respectievelijk 19 november 1943 in Auschwitz omgekomen/omgebracht).

In de Wattstraat ligt een Stolpersteine, om Ary Post te herinneren, door zijn naam te lezen en al doende voor hem het hoofd te buigen.