David Dasberg en zijn gezin

Broersveld 125b Schiedam (stenen geplaatst op maandag 23 februari 2015)

We beginnen het verhaal over David Dasberg bij zijn grootvader Isaac Dasberg. Isaac Dasberg wordt geboren op 10 mei 1828, een winderige dag, in Rotterdam in het Joodse gezin van vader Eliazar Marcus Dasberg en  moeder Hester Spinder. Isaac is het zevende kind in een groot gezin met acht kinderen.

Boompjes Rotterdam

Hij groeit op in Rotterdam aan de Boompjes 149. Het is een liefdevol gezin waarin hij opgroeit. Het gezin van Eliazer en Hester bestaat uit zes jongens en twee meisjes. Johanna, de oudste zus, wordt geboren  op 2 december 1814, Salomon op 7 december 1816, Samuel op 8 maart 1819 en Mozes op 4 juli 1821; Sophia,  zijn tweede zus, wordt geboren op 30 augustus 1823,  Meijer wordt op de dag na kerst geboren, op 27 december 1825, maar hij overlijdt slechts één jaar oud op 26 april 1827. Zijn jongste broer Marcus, een nakomertje, wordt woensdag 25 maart 1835 geboren. De kinderen gaan naar een joodse school in Rotterdam en  bezoeken met hun ouders de joodse synagoge.

Over de kindertijd en jeugd is verder niets bekend. Hoe Isaac en Jette elkaar hebben leren kennen is ook niet bekend maar het stel verlooft zich en daarna is er een trouwerij op een regenachtige dag, woensdag 25 oktober 1854, in het stadhuis van Rotterdam.

Stadhuis van Rotterdam aan de Gedempte Botersloot

Jette Lutraan is de jongste dochter uit een gezin van twaalf kinderen van Joseph David Lutraan en Elisabeth (Bette) Jacobs Alleman; ze wordt op zondag 26 juni 1831 te Zwolle. Haar vader is koopman. In 1854 komt Jette samen met haar zus Betje naar Rotterdam om aan de Schiedamsedijk 578 te wonen; zij gaat net als haar zuster werken als dienstbode.

Na hun trouwen wonen Isaac en Jette aan de Sleutelsteeg 135.

Sleutelsteeg aangegeven in gele kleur

De Sleutelsteeg liep van de Baan naar de Schiedamsedijk; ze ontleende haar naam aan het huis ‘de Swarte Sleutels’, dat in 1611 op de hoek van de Schiedamsedijk en de steeg stond. Van 1641 tot 1706 werd het huis ‘de Dubbelde Sleutels’ genoemd. De steeg werd in 1598 aangelegd; de naam kwam reeds voor in 1623. Bij besluit van 3 april 1944 werd de naam ingetrokken.

Afbeelding van adres van het Stadsarchief Rotterdam

En hier, aan de Sleutelsteeg 135, wordt hun eerste kindje geboren: Eliazer ziet op woensdag 18 april 1855 het levenslicht. Spoedig volgen er nog vele kinderen: Joseph wordt geboren op zaterdag 20 december 1856 maar hij overlijdt als hij twee jaar is, op maandag 3 oktober 1859.  Barend wordt op vrijdag 17 september 1858 geboren maar hij wordt slechts een jaar oud en overlijdt op woensdag 11 juli 1860. David wordt geboren op zondag 19 februari 1860, Elizabeth is hun eerste dochter die op zondag 15 december 1861 wordt geboren. Dan volgen Benjamin op vrijdag 26 juni 1863, Joseph op dinsdag 15 november 1864, Esther op dinsdag 17 juli 1866, Barend op zondag 26 juli 1868 en Salomo op donderdag 11 augustus 1870 maar hij overlijdt al op éénjarige leeftijd op zaterdag 3 februari 1872. Daarna wordt Samuel geboren op zondag 31 maart 1872, en als laatste kind, Geertruida, op zaterdag 13 juni 1874. Zo wordt het dus een groot en druk gezin van twaalf kinderen waarvan er drie jong sterven.

Het gezin Dasberg is een arm joods gezin en vader Isaac moet hard werken als koopman in scheepsbenodigdheden en touw, om al zijn kinderen te kunnen voeden en later ook naar school te kunnen laten gaan. Moeder Jette zorgt voor de kinderen en voor het huishouden. Er wordt in die tijd veel verhuisd en zo ook bij Isaac en Jette, die op verschillende adressen hebben gewoond in Rotterdam. Aan de Posthoornsteeg 132 en aan de Zandstraat 434, en ook aan de Schiedamsedijk 530, aan de Wijnbrugstraat 460 en ook nog aan de Eenhoornstraat 13.

Op de foto is de Wijnbrugstraat de smalle straat die aansluit op de brug
Eenhoornstraat

De Eenhoornstraat liep van de Zalmhaven naar de Leuvehaven. In 1746 trof men op deze plaats brouwerij ‘de Eenhoorn’ aan. Vóór 1877 heette de straat Westmolenwerf, naar de korenmolen die daar al op de kaart van 1626 wordt aangegeven. De Eenhoornstraat uit oostelijke richting gezien, 1916. Rechts de Herderstraat. Op de achtergrond de Zalmhaven en de kerktorens van de Sint-Ignatiuskerk en de Nieuwe Zuiderkerk aan de Westzeedijk.

De kinderen groeien op, gaan naar school en sommigen krijgen een baan en verkering.

Eliazer is de eerste zoon van Isaac en Jette die in het huwelijk treedt: op woensdag 10 januari 1883, in Rotterdam, met Sophia Dasberg, een dochter van  Salomon Dasberg en Geertruij de Vries. Salomon Dasberg is de oudste broer van Isaac Dasberg, dus zo trouwt Eliazer met zijn nichtje Sophia. Sophia is geboren op maandag 24 januari 1859 te Rotterdam als zevende kind van Salomon en Geertruij.

Eliazer is van beroep los werkman. Een los werkman of los arbeider is iemand die niet in vaste dienst is bij een werkgever. Men noemt hen ook wel daghuurder of dagloner.

Eliazer en Sophia krijgen vijf kinderen. Jette is de eerstgeborene, op vrijdag 19 juni 1885. Jette wordt later dienstbode/kookster en ze heeft diverse betrekkingen. Zo werkte ze o.a. bij de families Arend, Davids, Blom, Van Vliet en Van Dam, allemaal in Rotterdam. Vanaf 1919 tot 1922 werkt ze bij de familie Belter waarbij ze inwoont,  in Den Haag. In 1922 keert zij voor betrekkingen weer terug naar Rotterdam. Hier blijft zij voorlopig werken, om in 1929 een baan aan te nemen bij een Israëlitische Gezondheidskolonie, eerst in Etten-Leuren en later in Ter Heijde.

Gezondheidskolonie Etten-Leur
Eetzaal gezondheidskolonie Etten-Leur

Op 16 maart 1896 werd de Israëlitische Gezondheidskolonie opgericht. Het doel van deze organisatie was om de kinderen van de allerarmste Joodse gezinnen naar één van de twee koloniehuizen te kunnen sturen, de ene in Ter Heijde, de andere in Etten -Leur, om daar een vakantie te houden en te kunnen aansterken. Dit was niet voorbehouden aan Joodse kinderen alleen, zulke vakantiekolonies bestonden in het verzuilde Nederland voor vrijwel alle gezindten. Er moest wel voor de kinderen betaald worden, 0,75 cent per dag; daarvoor werd door de Joodse gemeenschap gespaard.

In de jaren 1937 en 1938 werkt zij in het Israëlitisch Ziekenhuis aan de Schietbaanlaan in Rotterdam.

Toegangspoort naar Israëlitisch Ziekenhuis

Vanaf 1938 woont Jette aan het Weesperplein 1 in Amsterdam,  en daar ondergaat zij de oorlog en de bezetting totdat zij vermoedelijk vanaf dat adres gedeporteerd wordt naar Kamp Westerbork, om daarna vermoord te worden in Sobibor, op zaterdag 20 maart 1943. Zij is dan 57 jaar oud.

Geertruida, het zusje van Jette, wordt geboren op dinsdag 13 december 1887. Op maandag 24 mei 1909 overlijdt ze, 21 jaar oud. Ze ligt begraven op het Joodse kerkhof aan het Toepad in Rotterdam.

Grafzerk van Geertruida Dasberg Joodsbegraafplaats Toepad Rotterdam

Ned. vertaling Hebr. tekst grafsteen

Hier rust de ongetrouwde vrouw Gella, dochter van de geëerde Eli’ezer Dasberg en de naam van haar moeder Tsippora.T.N.Ts.B.H.

Op donderdag 12 juli 1906 overlijdt Jette Dasberg-Lutraan, de oma van David Dasberg, op 75 jarige leeftijd; zij wordt op zondag 15 juli 1906 begraven op de Joodse begraafplaats aan het Toepad in Rotterdam. Haar man Isaac was al op donderdag 6 februari 1902 overleden, op 73 jarige leeftijd. Ook hij is op de joodse begraafplaats aan het Toepad te Rotterdam begraven, op zondag 9 februari 1902.

Grafzerk Jette Dasberg Lutraan Joodse begraafplaats Toepad Rotterdam
Grafzerk van Isaac Dasberg Joods Begraafplaats Toepad Rotterdam

Na Geertruida wordt de eerste zoon van Eliazer en Sophia Dasberg geboren: Isaac Salomo. Hij wordt geboren op woensdag 18 mei 1892. Op woensdag 10 oktober 1923 treedt deze Isaac Salomo, van beroep fruitverkoper-sorteerder, in het huwelijk met de 36-jarige Rebecca Wijmans. Isaac woont tot aan zijn huwelijk in bij Fierlier, een toneelspeler aan het Haagscheveer 26b te Rotterdam.

Fragment: adresboek gem. Rotterdam 1923

Na het huwelijk gaat hij met Rebecca wonen aan de Korte Wagenstraat 12 b
Daar blijven ze wonen tot woensdag 17 november 1926 om dan te verhuizen naar de Leeuwenstraat 34a. Hier wonen ze tot 1936 en dan verhuizen ze naar de Binnenweg 15b. Hun laatste adres is Jacobusstraat 28c, voordat ze worden opgepakt en afgevoerd naar Loods 24, om daar vandaan naar Westerbork op transport te worden gezet; daar worden ze op woensdag 12 augustus 1942 toegelaten.

Loods 24 deportatiepunt Rotterdam

Gezinskaart Gem. Rotterdam voorkant
Gezinskaart Gem. Rotterdam Achterkant

Ze verblijven maar twee dagen in Kamp Westerbork, om op vrijdag 14 augustus 1942 al op transport te worden gezet naar Auschwitz. Dat is het tiende transport. Rebecca Dasberg-Wijmans wordt gelijk na aankomst op zondag 16 augustus in Auschwitz vermoord in één van de gaskamers. Isaac wordt in de eerste instantie toegelaten tot het kamp maar sterft uiteindelijk ook al snel, op woensdag 30 september 1942, in Auschwitz.

Archiefkaart Arolsen archief


Twee jaar na de geboorte van hun eerste zoon wordt op vrijdag 18 mei 1894 de tweede zoon van Eliazer en Sophia geboren: Salomo. Hij trouwt op woensdag 22 december 1920 -hij is dan 26 jaar oud- in het stadhuis van Hilversum met de 24-jarige Aaltje Krant. Aaltje is geboren op vrijdag 13 november 1896, in Hilversum, en is een dochter van Meijer Krant en Kaatje Krant.

Oude raadhuis Hilversum

Salomo is van beroep kopersorteerder, Aaltje is huisvrouw. Uit hun huwelijk worden vier kinderen geboren. Hun eerste kindje is een jongetje, Eliazer, geboren op donderdag 19 mei 1921. Hij sterft tien maanden later, “na een hevig lijden van slechts twee dagen”, op 29 maart 1922, om half een ‘s nachts. Ze wonen dan aan het Achterom 95 in Hilversum. Van het overlijden wordt in de Nieuw Israëlisch Weekblad van 31 maart 1922 melding gemaakt.

Na het overlijden van Eliazer verhuizen Salomo en Aaltje naar Amsterdam waar zij worden ingeschreven op zaterdag 17 juni 1922, aan de Plantage Kerklaan 6. Op zaterdag 22 november 1924 wordt in Amsterdam hun tweede kindje geboren, een meisje dat de naam Sophia krijgt. Drie jaar later, op woensdag 12 januari 1927, wordt een jongen geboren die Max genoemd zal worden. Het gezin blijft in Amsterdam wonen tot donderdag 4 april 1929. Na hun Amsterdamse periode keren zij weer terug naar Hilversum, en gaan dan wonen aan de Cornelis Drebbelstraat 45. Als in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbreekt heeft dat ook gevolgen voor Salomo en Aaltje en hun kinderen. Zij wonen in 1942 aan de Juliusstraat 5.  Rond half juni 1942 verhuizen de meeste Hilversumse joden gedwongen naar Amsterdam. Veel joden moeten dan naar het Asterdorp maar Salomo, Aaltje en hun kinderen komen in Amsterdam te wonen aan de Retiefstraat 65. Waarschijnlijk moeten zij zich melden in de Hollandsche Schouwburg. Zij worden op transport gesteld naar Kamp Vught waar zij op woensdag 10 februari 1943 aankomen. Salomon en zijn zoon Max worden vanuit Kamp Vught op vrijdag 12 mei 1943 op transport gesteld naar Kamp Westerbork. Zijn vrouw en dochter komen pas woensdag 2 juni 1943 in Kamp Westerbork aan. Aaltje en dochter Kitty worden vervolgens binnen een week, op dinsdag 8 juni 1943, met transport 68, vanuit Westerbork met het zogenaamde kindertransport naar Sobibor gebracht.

Deze trein telt 46 wagons met totaal 3017 gedeporteerden van wie 1145 kinderen. De aankomst in Sobibor is op vrijdag 11 juni: alle gedeporteerden worden direct op die dag vermoord in de gaskamers van Sobibor. Dus ook Aaltje van 46 en haar dochtertje Kitty, 11 jaar oud. 

Archiefkaart Arolsen archief

Salomo en zijn zoon Max verblijven nog tot dinsdag 14 september 1943 in Kamp Westerbork en gaan met transport 76 van Westerbork naar Auschwitz. De trein telt 27 wagons met in totaal 1005 gedeporteerden, waaronder 152 kinderen. De aankomst van de trein is op vrijdag 17 september 1943 en na een selectie worden 578 personen gelijk vermoord in de gaskamers van Auschwitz; daaronder zijn Salomo, 49 jaar, en zijn zoon Max, 16 jaar.

Dochter Sophia komt op zaterdag 11 september 1943 in Kamp Westerbork terecht. Zij wordt op dinsdag 16 november 1943 op transport gezet (transport 81), met totaal 995 gedeporteerden van wie 228 kinderen. Samen met 531 anderen is Sophia op 18-jarige leeftijd vermoord in één van de gaskamers van Auschwitz.

Zoals verteld: Eliazer Dasberg en Sophia Dasberg-Dasberg krijgen vijf kinderen.

De derde zoon van Eliazer Dasberg en Sophia Dasberg is David; hij wordt geboren op woensdag 10 juni 1896. (Het verhaal van David Dasberg staat in het blauw geschreven)

Drie jaar na de geboorte vanDavid overlijdt moeder Sophia op  zaterdag 1 juli 1899, op veertigjarige leeftijd en zo blijft Eliazer achter met vijf jonge kinderen. Sophia wordt op maandag 3 juli 1899 ten grave gedragen naar haar laatste rustplaats op de Joodse begraafplaats aan het Toepad in Rotterdam.

Grafzerk Sophia Dasberg-Dasberg Joodsbegraafplaats Toepad Rotterdam

Na het overlijden van Sophia ontmoet Eliazer Marianne Mol waarmee hij in het huwelijk treedt op woensdag 19 juni 1901 te Rotterdam. Zij is een dochter van Salomon Barend Mol en Mari Franken en werd geboren op woensdag 25 oktober 1865 in Den Haag. En zo wordt de kleine David dus opgevoed door zijn tweede moeder, of stiefmoeder, Marianne Mol.

Ook met Marianne krijgt Eliazer nog drie kinderen: Maria overleeft de oorlog en wordt 95 (1903-1998). Benjamin wordt geboren op dinsdag 20 september 1904; hij wordt vermoord door het Nazi regime, op een onbekende locatie in het Midden-Europa, rond 31 maart 1944. En als laatste krijgen Eliazer en Marianne een dochter, op vrijdag 18 oktober 1907; ze geven haar de naam Rachel.  Rachel wordt vermoord, door het Nazi regime, op woensdag 5 augustus 1942 in Auschwitz.

Eliazer, de vader van o.a. David, maakt dit allemaal niet meer mee: op maandag 25 maart 1912 overlijdt hij in Apeldoorn op 56-jarige leeftijd. David is dan 15 jaar. En zo komt de zorg voor de kinderen alleen bij Marianne te liggen.

Als David 24 jaar is, trouwt hij met de uit Leiden afkomstige, 20-jarige Marie Helena Berlijn; zij is de dochter van Levie Berlijn en Helena Cohen. David trouwt haar in het stadhuis van Rotterdam, op woensdag 26 januari 1921, waarna zij gaan inwonen bij de moeder van Marie aan de Bloemstraat 21 te Rotterdam. Zij is weduwe.

Fragment: adresboek gem. Rotterdam 1921
Plattegrond Bloemstraat 60 Gem. Rotterdam verdwenen straten

De vader van Marie Helena is al in 1916 in Rotterdam overleden.  Marie Helene, geboortedatum dinsdag 1 mei 1900, komt uit een groot gezin, van vader Levie, moeder Helena en in totaal twaalf kinderen.  Er worden zeven dochters en vijf zonen geboren maar vijf meisjes en één jongen zijn al jong overleden.

Gezinskaart gem. Rotterdam David Dasberg voorkant
Gezinskaart gem. Rotterdam David Dasberg achterkant

Op maandag 13 juni 1921 laat David zich inschrijven met zijn vrouw aan de Delftschestraat 28a: hun eerste eigen woning in Rotterdam. Hier wordt ook hun eerste kindje geboren, op maandag 30 januari 1922: een zoon die de naam Eliazer krijgt, naar de vader van David. Maar overlijdt al op 2 mei 1923 één jaar oud.

Maar in oktober verhuizen ze alweer naar de Korte Wagenstraat 28. Deze straat liep van de Zandstraat naar de Westerwagenstraat in het verlengde van de Hofstraat. Hier blijven ze zeker vier jaar wonen en hier wordt op vrijdag 25 mei 1923 hun tweede zoon geboren, Levi Salomon; en ook hij wordt vernoemd, naar de vader van Marie.

Op maandag 8 december 1924 ziet hun eerste dochter het levenslicht en zij krijgt de naam Sophia; zij wordt vernoemd naar de moeder van David. Mogelijk wordt het huis aan de Korte Wagenstraat te klein want op dinsdag 23 maart 1926 wordt daar ook nog geboren, hun derde zoon, Eliazer David. En kort erna, op vrijdag 26 maart 1926, laat David het gezin inschrijven -mogelijk in een grotere woning- aan de Korte Wagenstraat 12 b. Ook hier blijven ze niet lang wonen want op 11 november verhuizen ze alweer naar een andere woning, aan de Roodezand 25b waar maandag 26 september 1927 hun laatste dochter wordt geboren die vernoemd zal worden naar Marie’s moeder Helene .

En zo zijn alle kinderen van David en Marie vernoemd naar de wederzijdse ouders. David is dan 31 jaar en Marie 27. In december 1929 verhuist het gezin Dasberg naar de Schoterboschstraat 12. Daarna verhuist het gezin nog regelmatig, niet ongebruikelijk in een periode met een overschot aan huurwoningen waardoor verhuurders er veel voor over hebben om huurders te trekken. Het is soms makkelijker en zelfs goedkoper om te verhuizen dan om te behangen en te schilderen. En zo betrekken David en Marie in mei 1931 een huis aan de Gedempte Binnenrotte 15. Hier blijven ze wonen tot juli 1937 om dan te verhuizen naar de Oppert 38 b.

Fragment: adresboek gem. Rotterdam 1939

Als op vrijdag 10 mei 1940 de oorlog uitbreekt en Rotterdam op dinsdag 14 mei 1940 door de Duitsers wordt gebombardeerd, wordt een groot gedeelte van de oude binnenstad verwoest. Zo ook de huizen aan de Oppert.

Oppert Rotterdam na bombardement

Voor het bombardement waren aan de Oppert velen Joodse winkels en bedrijfjes gevestigd. Zo had weduwe Blom hier een koosjer restaurant, Van der Heijm had een radiozaak, en ook de papierhandel van Blitz & Co was hier gevestigd.

In 1926 was hier ook de sigarenhandel van Monderer en de wijnhandel van de Beer.

Door het bombardement raakt het gezin hun huis aan de Oppert kwijt en het verhuist naar Schiedam, volgens de ene bron naar Broersveld 127b (artikel in NIW) maar volgens het gemeentearchief van Schiedam en het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland is het nummer 125b.

Ook over het beroep van David zijn tegenstrijdige gegevens te vinden. Een aantekening op de gezinskaart uit Rotterdam duidt erop dat hij koopman is, in ongeregelde goederen. Dat is heel wat anders dan de vermelding in Schiedamse gegevens: op Broersveld 125a zou hij een viswinkel hebben. En in andere bronnen is te vinden dat hij kleermaker is, met een kleermakerij aan huis.

De oorlog brengt voor het gezin van de Joodse David Dasberg vervelende tijden. In januari 1941 krijgen alle Nederlandse joden van de Duitse bezetter de oproep zich voor eind februari te melden bij de  kantoren van de bevolkingsregisters. 

Zo ook David Dasberg: hij meldt zich daar, voor hem en zijn gezin. De registratie vormt de administratieve grondslag voor de latere deportaties en is een belangrijk controlemiddel bij praktisch alle anti-Joodse maatregelen. De ambtenaren van de bevolkingsregisters brengen nauwkeurig in kaart in welke gemeenten de joden woonachtig zijn. De Duitsers kunnen daardoor precies zien wie er voor deportatie in aanmerking komen. Elke jood die zich bij de bevolkingsregisters meldt, moet voor de uitreiking van een aanmeldingsbewijs één gulden aan leges betalen. Feitelijk laat de bezetter de joden dus meebetalen aan hun eigen deportatie. En zo moet David Dasberg zes gulden betalen voor de registratie van zijn gezin.

De volgende vervelende maatregel voor David en zijn gezin is dat zij vanaf mei 1942 verplicht worden de Gele Jodenster te dragen. In 1941 moeten de Joden in Duitsland al de Jodenster dragen. In mei 1942 zijn de Joden in Nederland aan de beurt. In opdracht van de SS zorgt de Joodse Raad in Nederland dat er binnen enkele dagen ruim een half miljoen sterren klaar ligt voor distributie. Iedere Jood ‘krijgt’ vier sterren, voor 4 cent per stuk én een textielpunt. De sterren moeten goed zichtbaar op de kleding worden genaaid. Wie door de Duitsers betrapt wordt zonder ster, zet zijn leven op het spel.

De controle op naleving is eenvoudig, alle Joden hebben al een J in hun persoonsbewijs staan.

En zo wordt het dagelijks leven van het gezin van David Dasberg steeds moeilijker: ze mogen niet meer in parken komen, niet meer naar de bioscoop of theaters, niet meer naar cafés of het zwembad. De kinderen van David moeten naar speciale Joodse Scholen die in Rotterdam zijn. En overal verschijnen de borden “Voor Joden verboden”.

Zo komt dan ook de dag dat het gezin Dasberg naar Westerbork wordt afgevoerd.  Volgens de Arolson-archieven is het gezin van David Dasberg op zaterdag 15 augustus 1942 in Kamp Westerbork aan gekomen.

Kamp Westerbork Hooghalen Drenthe
Archiefkaart: Arolsen archief
Archiefkaart Arolsen Archief

Zij hebben hier niet lang gezeten want op maandag 17 augustus 1942 worden ze al op transport gezet naar Auschwitz. Op die dag vertrekt transport 11 met een trein van in totaal 12 wagons, met 506 gedeporteerden waaronder 94 kinderen.

Transport Westerbork naar Auschwitz

De reis van Kamp Westerbork naar Auschwitz duurt drie dagen. Na de selectie worden er 319 mannen en 40 vrouwen toegelaten tot het kamp. De andere 147 gedeporteerden worden vermoord in de gaskamers.

Archiefkaart Arolsen Archief

David, zijn vrouw Marie en hun drie kinderen Levi, Sophia en Eliazer worden toegelaten tot het kamp. Hun dochter Helene wordt direct na aankomst vergast, op woensdag 19 augustus; zij is dan 14 jaar. Waarom Helene niet toegelaten is tot het kamp, is niet bekend. Zoon Levi, van 19, overlijdt in Auschwitz op zondag 20 september. David (46 jaar), Marie (42 jaar) en hun twee kinderen Sophia (17 jaar) en Eliazer (16 jaar) worden op woensdag 30 september vergast in Auschwitz.

Marie met haar kinderen
David met zijn kinderen

Op maandag 23 februari 2015 zijn voor het gezin van David Dasberg aan de Broersveld 125 b zes Stolpersteine geplaatst.

Met dank aan diverse bronnen:

Stadsarchief Gemeente Rotterdam, Gemeentearchief Schiedam, Arolson Archief, de website “Joodsmonument.nl”, website “Joodserfgoed Rotterdam”, diverse krantenarchieven van de site Delpher,  C.B.G. archief, en diverse beeldbanken, “In memoriam De gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen 1942-1945”, geschreven door Guus Luijters, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Yad Vashem.