Israël Chottel en zonen

Hoogstraat 53, Schiedam (stenen gelegd op vrijdag 11 april 2014)

Aan de Roetersstraat 77 in Amsterdam wordt op dinsdag 31 januari 1888 Israël Chottel geboren, als zoon van Gaja Chottel en Taube Jossum, beiden afkomstig uit Ossaran (Rusland); zij zijn al voor 1885 in Amsterdam komen wonen. Het zijn Asjkenazische Joden, afkomstig uit Duitsland en Oost- Europa.

 

urn-gvn-JHM01-00883-medium

foto: Roetersstraat

Israël groeit op in een groot gezin; vader Gaja was schoenmaker en moet een gezin van zeven kinderen onderhouden. De zorg voor  de kinderen is natuurlijk een taak van moeder Taube. De oudste broer van Israël is Joël die nog in Ossaran (Rusland) was geboren, zijn andere broers en zussen zijn net als Israël in Amsterdam geboren.

Het gezin Chottel woont op verschillende adressen in Amsterdam. In februari 1888 verhuist het gezin naar de Binnen Amstel 116; dit is maar voor een korte periode van een maand want begin april 1888 wordt een etage van het huis aan de Paardenstraat 3  betrokken.

paardenstraat 3 amsterdam

foto: Paardenstraat

Hier wordt een zusje van Israël (dan zelf een jaar oud) geboren, op vrijdag 15 november 1889; zij wordt Bertha genoemd.

Vanaf oktober gaat het gezin Chottel wonen aan de Utrechtschedwarsstraat 142 waar op zaterdag 14 november 1891 Abraham Chottel wordt geboren. En waar op kerstavond, zondag 24 december 1893, Rika Chottel nog als laatste kind van de zeven ter wereld  komt.

 

utrechtschedwarsstraat

foto: Utrechtsedwarsstraat

De ouders van Israël vieren hun 30-jarig huwelijk op zaterdag 27 februari 1909 in huiselijke kring, aan de Prinsengracht 798, met hun kinderen en verdere familie. Ook daarvan getuigt weer een advertentie.

26 februari 1909 NIW weekblad

Israël runt in 1910 een zaak in oude gedragen herenkleding, op het adres Oude Hoogstraat 9, ook zijn woonadres. Dat kunnen we lezen in de advertentie over het telefoonnummer die hij heeft laten plaatsen in het Algemeen Handelsblad van zondag 17 juli 1910.

17 juli 1910 Algemeen Handelsblad

Oude_Hoogstraat_1906

foto: Oude Hoogstraat14 mei 1910 Algemeen dagblad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maar de zaak loopt blijkbaar niet goed: op 23 oktober 1910 wordt Israël Chottel door de rechtbank van Amsterdam failliet verklaard:

Knipsel 23 december 1910 Algemeen Handelsblad

Op woensdag 15 oktober 1913 wordt door Israël Chottel bij de Arrondissementsrechtbank van Amsterdam een verzoek ingeleverd tot “bekoming van rehabilitatie”, met als doel zijn faillissement te beëindigen.

Knipsel 15-10-1913 algemeen handelsblad

Israël gaat zich later Philip noemen en er is goed nieuws: op vrijdag 10 oktober 1913 verlooft hij zich met zijn aanstaande vrouw Lea (Leny) Mok.Knipsel 10 oktober 1913 NIW weekblad

Leny is een dochter van Joseph Manuel Mok en Jetje Nopol. Leny is geboren op dinsdag 27 februari 1894 te Haarlem. Zij is de jongste van vier kinderen van het gezin Mok. Twee broertjes, die allebei na de geboorte overleden zijn, en één zus Rebekka Mok die later trouwt met Jonas van Dam.

Knipsel 14 augustus 1914 NIW weekblad

Advertenties afkomstig uit: Nieuw Israëlitisch weekblad

Het huwelijk tussen Israël (Philip) en Lea (Leny) vindt plaats op dinsdag 11 augustus 1914 in het oude stadhuis te Haarlem, de getuigen zijn Joël Chottel (broer van de bruidegom) en Jonas van Dam (zwager van de bruid).

oude stadhuis haarlem

foto: Oude Stadhuis Haarlem

Na hun huwelijk gaat het pasgetrouwde stel wonen in Leiden, aan de Haarlemmerstraat 149, waar Israël al eerder dit jaar vanaf maart is komen wonen.

haarlemmerstraat leiden 2

foto: Haarlemmerstraat

In de Haarlemmerstraat, maar dan op nummer 139, vestigt Israël een winkel in Herenconfectie en via een advertentie in de krant van vrijdag 21 juli 1916 vraagt hij om een verkoper.

21 juli 1916 NIW weekblad

En vervolgens vraagt hij in een advertentie in de krant van vrijdag 3 september 1920 een flinke bediende.

3 september 1920 NIW weekblad

Knipsel 9

 

Wederom krijgt Israël (Philip) -en volgens bijgaande advertentie onterecht!- te maken met een faillissement van het Kledingmagazijn aan de Haarlemmerstraat. Het Gerechtshof te ’s Gravenhage vernietigt het faillissement.

 

 

 

In de Haarlemmerstraat wordt op dinsdag 27 juli 1915, om half twee in de middag, hun eerste zoon geboren die de naam Jacques krijgt. Ook hun tweede zoon Joseph (Jo) Chottel wordt hier  geboren, op dinsdag 24 augustus 1920.

Knipsel 10

Per advertentie wordt de Bar mitswa van Jacques aangekondigd, met receptie op zondag 5 augustus 1928.

nieuw_israelietisch_weekblad_27_juli_1928_daged_pag_6_jacques_chottel.jpg(mediaclass-warvictim-carousel.67d08ede1706aa86ac21a1f8fb99a

In maart 1930 vertrekt het gezin naar Rotterdam waar Israël  (Philip) op vrijdag 21 maart 1930 een herenkledingzaak begint, aan de Hoogstraat 371.

Knipsel 21 maart 1930 sociaal democratisch dagblad

17 maart 1930 Voorwaarts

Hij vraagt voor in het gezin een  “flinke dienstbode voor dag en nacht” en voor in de winkel een “flinke werkster voor halve dagen”; zie de advertentie in het Algemeen Handelsblad van maandag 17 maart 1930 .

Van Philip -dus Israël- Chottel zijn vele commerciële advertenties terug te vinden. Vaak vermeldt hij: ‘naast Schoenmagazijn “HUF”‘.

unnamed

In Rotterdam maken Israël en zijn gezin roerige tijden mee.

31 juli 1931 voorwaarts

In 1931 krijgt het te maken  met een brand in hun winkelpand aan de   Hoogstraat 371. Een bericht over deze brand in de krant van vrijdag 31 juli 1931 luidt: “Tegen half één vanmiddag heeft een korte maar doch zeer felle brand gewoed in de kledingmagazijnen van de  heer Philip Chottel aan de Hoogstraat 371. De eigenaar was in de etalage bezig de uitstalling gereed te maken, toen hij op een gegeven ogenblik tot de ontdekking kwam dat brand was ontstaan. Aan blussen door de eigenaar en diens personeel viel op dat ogenblik niet meer te denken. De twee bedienden wisten zich langs de smalle trap nog tijdig te redden.

Het vuur greep zo snel om zich heen dat in minder dan geen tijd de gehele winkel een vuurgloed was. Langs het trapje dat naar het magazijn leidt en als schoorsteen dienst deed, trok de rook niet alleen naar het hoger gelegen magazijn en kantoor, maar ook naar de daarboven gelegen twee verdiepingen. Uit alle ramen van de voorkant stoomden dikke rookwolken en dit deed het vermoede rijzen dat de brand ook in de verschillende etages woedde. Daarom werd een motorspuit ontboden. Al spoedig was uit een onderzoek gebleken, dat de brand tot den winkel kon worden beperkt. Ten gevolge van de geweldige hitte sprong één der spiegelruiten met een denderend geraas. Een ogenblik kreeg het vuur nu meer lucht en aanvankelijk leek het of het daardoor in hevigheid toenam. Na een klein halfuur had men het vuur geheel bedwongen en stond vast dat alleen de winkel met inhoud verloren was gegaan. In het magazijn op de eerste etage was heel wat waterschade ontstaan, doch een groot deel van de daar aanwezige voorraad bleef onbeschadigd. Omstreeks kwart over één kon het grote materieel inrukken. De plafonds waren niet doorgebrand, maar wel bleek toch vuur tussen het eerste plafond en de eerste verdieping te hebben gezeten en het verwijderen daarvan kostte nogal tijd. In totaal werd de brand met zes stralen geblust. Een bedrag van f.4500, dat zich in de brandkast had bevonden, vond de eigenaar onbeschadigd terug. De brand- en waterschade wordt door de verzekering gedekt.

Hoog19

foto: Brand bij de fa. Chottel, Hoogstraat 371 Rotterdam

In de krant van zaterdag 1 augustus 1931 nog een onderschrift over de brand van de dag daarvoor:

Knipsel brand uit de krant van 1 augustus 1931 Algemeen Handelsblad

“Mannen van STA-VAST. Bij de fa. Chottel in de Hoogstraat te Rotterdam brak brand uit. Veel belangstellenden sloegen de verrichtingen van de brandweer gade, die met grote moeite de “slachtoffers” naar buiten bracht.”

Na de brand begint het opruimen en slopen van de winkel en er  vindt een grote uitverkoop plaats van de (on)beschadigde winkelvoorraad. De verkoop hiervan vindt plaats in Café-Restaurant  “Thalia” Hoogstraat 383. Hiervoor plaatst Israël grote advertenties in de kranten van zaterdag 8 augustus 1931.

Knipsel 8 augustus 1931 Voorwaarts

En op vrijdag 11 september 1931 een laatste advertentie in het sociaaldemocratisch dagblad “Voorwaarts” voor een grote  uitverkoop van de voorraad kleding, wegens de brand- en waterschade.

Knipsel 11 september 1931 Social democratiesch dagblad

 

Het zat Israël (Philip) allemaal niet mee in deze tijden, zowel  zakelijk als persoonlijk. Zo overlijdt zijn moeder en oma voor hun twee zoons zeer onverwachts op vrijdag 5 augustus 1932 te Scheveningen.

israel

Door de brand kan de verkoop niet meer plaats vinden en uiteindelijk wordt de fa. Chottel failliet verklaard op maandag 26 juni 1933.

Knipsel 26 juni 1933 Het volk

Het gezin is door alle beslommeringen onder grote druk komen te staan en ook het huwelijk met Lea (Leny) Mok lijdt hieronder. Op maandag 19 november 1934 wordt daarom ook de echtscheiding tussen Lea(Leny) Mok en Israël Chottel uitgesproken door het Gerechtshof van Rotterdam. Israël (Philip) komt alleen te staan met zijn twee zonen.

Werkelijk niets blijft Israë25 september 1936 vrijdag de Tijdl bespaard; zo wordt zijn zuster Rebecca Stern-Chottel, terwijl zij op bed ligt, door haar huishoudster Eijke V., met een hamer het hoofd ingeslagen. Daardoor komt zij te  overlijden in de nacht van 4 op 5 mei 1936.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na de scheiding verhuist hij naar de Molenstraat 14 b waar hij tot 1937 blijft wonen om vervolgens te verhuizen naar de Provenierssingel 22. Uiteindelijk gaat het zo slecht met hem dat hij hier ook privé failliet wordt verklaard, volgens het bericht uit de Nederlandse Staatscourant van dinsdag 8 december 1936.

8 december 1936 Nederlandse Staatscourant

Op maandag 18 januari 1937 wordt het faillissement van Israël (Philip) na betaling van de schulden weer opgeheven.

18 januari 1937 Nederlandse Staatscourant

Hierna verhuist hij wederom, nu naar de Lijnbaanstraat 2, waar hij vanaf 16 juni 1937 tot november 1937 woont, om vervolgens door te verhuizen naar de Van Oldenbarneveltstraat.

Dan breekt in 1940 de Tweede Wereldoorlog uit. Op dinsdag 14 mei 1940 bombarderen Duitse Heinkels de binnenstad van Rotterdam. Binnen een kwartier wordt het vonnis over de historische stad voltrokken. De bommen vallen op het centrum, Kralingen, Crooswijk en het Oude Noorden. Dagenlang brandt de stad: ca. 850 mensen komen om, 80.000 Rotterdammers worden  dakloos. De bommen en de brand verwoesten 25.000 woningen en 11.000 andere panden.

De vader van Israël, Gaja Chottel overlijdt op woensdag 12 maart 1941 op 79-jarige leeftijd in Amsterdam. En in april 1942 verhuist Israël (Philip) samen met zijn zonen Jacques en Joseph(Jo) naar de Hoogstraat 53 te Schiedam.

Van die Schiedamse periode is weinig bekend. Israël Chottel en zijn twee zonen zijn allen op 29 september 1943 in kamp Westerbork aan gekomen. Of zij eerst naar het politiebureau aan de Lange Nieuwstraat zijn gebracht en -via Loods 24 in Rotterdam- naar Westerbork zijn afgevoerd is nog niet bekend en wordt nog onderzoek naar gedaan. Op dinsdag 19 oktober 1943 zijn ze samen met elkaar op transport gezet naar Auschwitz met transport 79. In dit transport zaten in totaal 1007 personen waaronder 87 kinderen, 407 mannen en 306 vrouwen onder de vijftig jaar en 207 ouderen mensen. Het transport telde 27 wagons. Het transport kwam op 21 oktober 1943 aan in Auschwitz.

Op 22 oktober 1943 overlijdt Israël Chottel in Auschwitz, Polen. Voor de beide zoons, Jacques van 28 jaar en Joseph van 23 jaar, staat als sterfdatum vrijdag 31 maart 1944 in de boeken, met als locatie “onbekende plaats in Midden-Europa”. Hun moeder Lea (Leny) Mok overlijdt ook in Auschwitz, net als haar ex-echtgenoot, maar al op vrijdag  3 september 1943.

Voor Israël, Jacques en Joseph zijn op vrijdag 11 april 2014 Stolpersteine stenen geplaatst, vóór het laatste woonadres in Schiedam, Hoogstraat 53.

struikelstenen-2667