Leon Heijermans

Passage 8, Schiedam (steen gelegd op 24 februari 2016)

Passage richting Broersveld, de even nummers beginnen rechts (1935/1936).

Op 24 februari 2016 is er voor Leon Heijermans een Stolperstein geplaatst aan de ingang van de Passage. Leon wordt geboren op 16 november 1913 te Rotterdam en komt uit een gezin met vijf kinderen. Vader, moeder, twee zussen en twee broers waarvan er één al kort na de geboorte overlijdt. En Leon is de jongste. Of.. Leo is de jongste want hij heet pas per 30 juni 1919 Leon, zo staat in rood geschreven in de marge van zijn geboorteakte.

De marge van geboorteakte 1913.12296
waarin de officiële naamswijziging van Leo naar Leon wordt vermeld.
leon heijermans
Leon Heijermans (1934/1935)

Zijn vader is Ernest Heijermans (geboren op 21 juli 1869), zijn moeder Keetje Heijermans-Neter (geboren op 25 juni 1870). Hun eerste zoon, James Albert, wordt geboren op 27 juli 1897 en leeft maar een maand of twee, tot 5 oktober. Na hem worden de ‘meiden’ geboren: eerst Sarah Clara op 10 januari 1899 en dan Clara Sarah op 19 oktober 1901. Dan volgen de twee zoons: Albert op 5 mei 1907 en pas op 16 november 1913 Leon, een nakomertje. Alle kinderen worden geboren in Rotterdam.

Dan is een andere Albert Heijermans, de broer van Ernest, al lang overleden. Het is deze tak van de familie Heijermans die o.a. handelt in briefpapier, zo kan Markus van der Burg, de kleinzoon van Sarah Clara Heijermans, melden; ze hebben een winkel in briefpapier en schrijfwaren in de omgeving van het Centraal Station, die na de oorlog terecht komt in het Groothandelsgebouw.

Het is niet ondenkbaar dat neef Albert ook letterlijk in de voetsporen treedt van zijn naamgenoot, oom Albert, die al een goedlopende kantoorboekhandel had opgezet die na zijn dood met verschillende vestigingen in Rotterdam wordt voortgezet.

Het adres in de advertentie, Oppert 142, is het ouderlijk huis van Ernest en Keetje Heijermans-Neter. Beide zoons werken blijkbaar eerst vanuit huis. Leon treedt op als agent voor de Engelse firma James Lyne Hancock Ltd. Rubber Manufacturers.

firma van leon
Het briefpapier van de Engelse firma waarvan Leon Heijermans vertegenwoordiger is, met zijn handschrift.

Midden in de dertiger jaren krijgt Leon een serieuze relatie met Maartje Cornelis, Cornelise of Cornelisse. Leon noemt haar Maps. In zijn fotoalbum staat zij op een grote formaat foto.

foto maps vriendin van Leon Heijermans
Maps, vriendin van Leon in het midden van de dertiger jaren (Valkenburg,1934).


Dat het een serieuze relatie is blijkt wel uit de tekst in het fotoalbum. Hij beschrijft haar vader al als zijn “schoonpapa” wanneer ze in 1935 met z’n drietjes een tripje naar London maken. Het album bevat foto’s van diverse buitenlandse reizen (Parijs, België, Wales) en is gekocht bij fotohandel Wilh. Schönfeldt van de Hoogstraat in Rotterdam.

Hoe het verder is gegaan met deze relatie is niet bekend, wanneer en waarom ze niet getrouwd zijn blijft een vraagteken. Er is te weinig informatie om verder te zoeken. Een oproep op Joods Monument levert geen informatie op over deze Maps.

Oppert 142, het ouderlijk huis maar ook het werkadres van de twee zoons, ligt binnen de brandgrens van het bombardement op Rotterdam. Er zijn geen gegevens gevonden over het exacte moment waarop Leon naar Schiedam verhuist. Maar dat zal dus uiterlijk na, en als gevolg van, het bombardement van 14 mei 1940 kunnen zijn geweest. Samen met Van Ouwerkerk begint hij tegenover de Zuid-Hollandsche Kantoorboekhandel in de Passage op nummer 7, een winkel in stempels en naamplaten op Passage nummer 8. Hij woont erboven.

Passage richting Broersvest, 1935/1936 (?); nummer 8 is links achteraan op de foto.
De eerste advertentie van L. Heijermans & Van Ouwerkerk
in de Nieuwe Schiedamsche Courant van 24 augustus 1940
19410716_002SC
Een voorbeeld van de latere advertenties van de enige stempelfabriek te Schiedam.
Advertentie in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 8 november 1940

Waarschijnlijk heeft Leon tijdens de bezetting en Jodenvervolging hulp gekregen van zijn zus Sarah Clara en haar man, Theo van der Burg. In de familie Van der Burg wordt verteld dat Theo in de oorlog wel vaker drank en andere middelen goed weet te gebruiken om onheil af te wenden. Paul, zoon van Theo en Sarah Clara, wordt in 1944 achttien jaar en loopt gevaar om te worden opgepakt. Twee keer komt men langs, twee keer lukt het Theo om met cognac, en wat nog meer, te voorkomen dat verder wordt gezocht. En zo is Paul veilig onder de kolen waar hij -zo pocht hij later- als enige de bijbel van kaft tot kaft uitleest. Erg spraakzaam is de familie na de oorlog niet over wat er gebeurd is maar het is aannemelijk dat Leon geholpen is en misschien zelfs met een onderduikadres.

Sarah Clara vertelt later ook dat Leon er opeens genoeg van heeft: hij wast zich, trekt een net pak aan en vertrekt zonder te groeten. Het is onduidelijk of hij toen inderdaad op de trein naar België is gestapt om vervolgens op het centraal station van Brussel te worden gearresteerd. Er zijn geen bewijzen gevonden die deze plotselinge en schijnbaar spontane vlucht bevestigen.

Leon Heijermans duikt -waarschijnlijk in 1942- onder in Eindhoven in de Edelweissstraat, vermoedelijk bij Aaltje Jonker-van Ringen en haar drie kinderen, op nummer 108. En anders bij Hendrika Wassink, en dochter Willy, op 111. Om de hoek, op het adres Leenderweg 307, woont Hendrika Wilhelmina Pos (nu: Henny) tussen 1941 en 1943 op kamers bij de weduwe Pierina Jansen-Spijksma en haar dochter.

Henny reageert in 2020 via haar dochter Jenni op de oproep

op Joods Monument om informatie over Maps Cornelise.

Henny vertelt dat ze in die tijd bij de Philipsfabrieken werkt; ze is dan 20 jaar oud (geboren op 27 juni 1922). Op een dag, ergens in 1942, wandelt Leon langs het huis aan de Leenderweg en hij ziet haar zitten door het open raam.

Hendrika Wilhelmina Pos in 1943

Leon, als man van de wereld, spreekt haar vanaf het trottoir aan en ze raken in gesprek. En niet veel later zijn ze bevriend (“boyfriend and girlfriend”), hoewel hij een stukje ouder is want Leon is immers van 1913.

Leon Heijermans in Eindhoven in 1942


Volgens Henny is Leon zelfbewust, vol vertrouwen over de toekomst en optimistisch. Op de vaste avond uit, de zaterdag, neemt Leon Henny mee naar restaurants in Eindhoven. Als ze in het donker van de verduisterde stad naar huis terugwandelen gebruiken ze een knijpkat, waarschijnlijk eentje van Philips, om hun weg te vinden.

Knijpkat

Wanneer Leon op een keer wordt aangesproken met de vraag of hij soms Joods is, antwoordt hij overtuigend dat hij die vraag vaker krijgt. Zijn verklaring, dat zijn familie oorspronkelijk uit Spanje komt en dat hij er daarom Joods uit ziet, is blijkbaar genoeg. Ook wanneer een Duitse soldaat hem eens de richting vraagt naar het treinstation reageert Leon vol zelfvertrouwen en wijst hem in vloeiend Duits de verkeerde richting. Henny: “I think the German missed his train.”

Leon is volgens Henny vol optimisme en bravoure: ze gaan zelfs een weekendje weg naar ’s Hertogenbosch. Leon spreekt over trouwen, over hoe hun huis eruit komt te zien. Hij vertelt haar dat hij voor de oorlog ook in Engeland is geweest, voor zijn werk, en daar “Happy days are here again” heeft geleerd. Dat liedje zingt hij vaak voor zijn Henny.

Leon neemt haar ook mee wanneer hij in het najaar op bezoek gaat bij zijn zus Sarah Clara van der Burg-Heijermans in Rotterdam. Henny vertelt dat die zus met een christen is getrouwd (Theo van der Burg) en daarom geen ster draagt. (Overigens ontkomt Sarah er niet aan om toch een Jodenster te dragen en haar kleinzoon Markus van der Burg meldt dat zij daar haar verdere leven last van heeft ondervonden: ze droeg altijd haar handtas tegen de borst alsof ze de ster moest verbergen…)

De toenemende ernst van de anti-Joodse maatregelen kan Leon niet ontgaan zijn: zijn ouders waren op 14 oktober 1942 al in Kamp Westerbork gearriveerd. Leon moet ook steeds van identiteit wisselen en dat betekent voor Henny dat zij steeds zijn nieuwe naam moet leren en gebruiken. Ze vindt het jammer dat zij zich nu geen van die andere namen meer kan herinneren maar ja, ze is inmiddels 98 jaar oud.

Op een dag kondigt Leon aan dat hij die week erop Henny niet zal kunnen zien: hij krijgt een ander onderduikadres, locatie onbekend. Henny moet Leon inderdaad een paar weken missen, misschien wel langer. Maar dan staat Leon weer op de stoep en doet verslag van zijn belevenissen: dat het nieuwe adres in Amsterdam was, en dat het niet lang duurde voor hij wordt opgepakt en ondervraagd door een Duitse Kommandant die hem met een zweep bedreigt en misschien ook wel slaat – Henny weet niet zeker of Leon ook geslagen is.

In de Amsterdamse politierapporten staan twee, bij elkaar passende aantekeningen op 7 januari 1943. Het blijkt dat Leon op het moment van zijn arrestatie ruim 245 gulden op zak heeft; hij tekent er voor, rechtsonder.

Het tweede bericht sluit af met “Blijft in bewaring”.

Leon wordt gedwongen zijn identiteit prijs te geven als hij door al zijn aliassen heen is. Ze gooien hem voor een nacht in de cel, scheren z’n hoofd kaal en zetten hem de volgende dag op transport naar -zo vermoedt Henny- Kamp Westerbork. Maar Leon springt uit de trein en weet veilig te ontkomen en terug te keren naar Eindhoven.

Zijn bravoure en zelfverzekerdheid zijn verdwenen maar zijn zelfvertrouwen en optimisme zijn niet helemaal weg. Leon heeft gehoord dat sterke joodse mannen naar Polen worden gestuurd om daar in de mijnen te werken dus, als hij opnieuw zou worden gepakt, dan zou hij dat waarschijnlijk wel overleven, zo probeert hij Henny gerust te stellen. Vermoedelijk duikt Leon weer onder in de Edelweisstraat, op nummer 108 (of 111). Maar dat is van korte duur want opnieuw vertrekt hij naar een onderduikadres in Amsterdam, zo krijgt Henny te horen. Daar wordt Leon voor de tweede keer opgepakt, en naar Kamp Westerbork getransporteerd… Deze keer weet hij niet te ontsnappen. Volgens het Rode Kruis arriveert Leon op 16 maart 1943 in Kamp Westerbork. (Het kan zijn dat bovenstaande passages uit de Amsterdamse politierapporten betrekking hebben op de tweede keer dat hij wordt opgepakt; dan zou hij langer in bewaring zijn gebleven, namelijk van 7 januari tot 16 maart).

Leon wordt op 30 maart 1943 vanuit Kamp Westerbork gedeporteerd met transport 56 naar Sobibor. In 25 wagons worden 1255 personen gedeporteerd en daar zijn 202 kinderen bij. Op 2 april 1943, dus drie dagen na het vertrek, worden de gedeporteerden vermoord in het vernietigingskamp Sobibor in bezet Polen. In tegenstelling tot Auschwitz worden er in Sobibor nauwelijks mensen geselecteerd voor werk: het doel van dit kamp is vernietiging, door vergassing. Zelfs aan een gezonde, sterke man van 29 jaar, is in Sobibor geen behoefte. Zo eindigt het leven van Leon Heijermans in de gaskamer, op 2 april 1943.

De ouders van Leon, Ernest en Keetje, zijn dan al in Auschwitz vergast, op 12 februari 1943, Dat is kort na zijn zus Clara Sarah Neter-Heijermans (van beroep tandarts), en haar man Adolf Neter, op 5 februari 1943, ook in Auschwitz. Dit echtpaar is samen met hun zoon Albert Hans Neter opgepakt in de nacht van 26 op 27 januari 1943; van vader en zoon is zeker dat zij via Kamp Vught naar Kamp Westerbork zijn vervoerd. Op 28 januari 1943 arriveren ze alle drie in Westerbork om op 2 februari met transport 48 (19 wagons, 890 gedeporteerden waaronder 85 kinderen) naar Auschwitz te worden vervoerd. Er worden 52 vrouwen en 48 mannen tot het kamp toegelaten; daaronder bevindt zich Hans Albert.

In Schiedam gaat de stempelfabriek nog enige tijd ‘gewoon’ door, zo blijkt uit het adverteren waarbij de L van Leon wordt geschrapt of vergeten. Maar in december 1943 eindigt de reeks.

De laatste advertentie gedurende de oorlog, in de Schiedamsche Courant van 13 december 1943

Na de bevrijding verschijnt een nieuwe advertentie.

De eerste advertentie na de oorlog, in de Nieuwe Schiedamsche Courant van 9 oktober 1945
Op 9 december 1949 wordt in Schiedam de overlijdensakte van Leon Heijermans opgemaakt.


Leon’s broer Albert Heijermans heeft de oorlog overleefd en overlijdt in 1969 in Barendrecht. Zijn zus Sarah Clara Heijermans, heeft de oorlog ook overleefd. Zij overlijdt op 70-jarige leeftijd in Rotterdam op 11 juni 1972.

Bij het zoeken naar de geschiedenis van Leon zijn we op een ver familielid gestuit: de beroemde schrijver Herman Heijermans, bekend van onder meer het toneelstuk ‘Op Hoop van Zegen’. Er is contact gelegd met een achterkleinkind van de schrijver, Hubertine Heijermans. Zij is nu in de tachtig en woont in de buurt van Zurich in Zwitserland. Zij heeft Leon niet gekend maar heeft deze Stolpersteine gedoneerd als eerbetoon aan Leon.

DANKWOORD

Een groot deel van de levensbeschrijving van Leon Heijermans is te danken aan de reactie van Jenni Pass, dochter van Henny van der Schoot-Pos, op een oproep op Joods Monument. Na de oorlog emigreerde Henny via Indonesië naar Australië. Ze is in 2020 98 jaar oud, nog scherp van geest en kan zich Leon nog goed herinneren. Het is mooi wanneer iemand haar vriendschap deelt met de wereld en zo Leon voor ons weer tot leven brengt.

Markus van der Burg heeft beschreven wat er in de familie gedeeld is over de geschiedenis van Leon. We hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt.

Dank is ook verschuldigd aan betrokken inwoners van Eindhoven, het netwerk van de stichting 18 september en vrijwilligers van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven die hebben geholpen met het speurwerk naar het meest waarschijnlijke onderduikadres in Eindhoven. Op de website van de stichting 18 september is meer informatie te vinden over de bewoners van de Edelweisstraat waar relatief veel mensen slachtoffer zijn geworden van het nazi-regime.

Andere bronnen: Gemeentearchief Schiedam (beeldbank en krantenkijker), Delpher, Joods Monument, Arolsen Archieven, Stadsarchief Rotterdam en Stadsarchief Amsterdam.

Schiedam, 4 november 2020