Ruth Landau

Hoogstraat 151c, Schiedam (steen gelegd op 24 februari 2016)

Ruth Landau was de dochter van Max Landau en Anna Landauer. Vader Max werd in 1901 geboren in het Poolse Gozdin, maar vluchtte zoals zoveel Poolse Joden naar Duitsland.  Daar ontmoette hij in Hamborn Anna Landauer. Op 19 april 1931 werd hun dochter Ruth geboren in Hamborn (Duitsland).

In mei 1936 worden zij door het naziregime uitgewezen naar Polen. Onbekend is of Ruth in Duitsland bij de grootouders achterbleef. In 1938 komt het gezin  via Hamburg terug naar Hamborn.
joodse vluchtelingen

De situatie werd in Duitsland door de toenemende anti-Joodse maatregelen steeds onveiliger voor de Joden. Velen probeerden Duitsland te ontvluchten. Als reactie op de vluchtelingenstroom uit Duitsland wilde de Nederlandse regering de immigratie beperken, zo niet volledig stopzetten. Vele maatregelen werden genomen zodat het voor vluchtelingen zeer moeilijk werd Nederland binnen te komen. In mei 1938 waren deze maatregelen voltooid en was de Nederlandse oostgrens volledig gesloten.

Op 9 november 1938 brak in Duitsland de pogrom uit die bekend staat onder de naam Kristallnacht. Bijna tweehonderd synagogen gingen in vlammen op en 7.500 winkels werden vernield en geplunderd. Meer dan honderd Joden werden vermoord. De nazi’s arresteren dertigduizend mannelijke Joden en voerden ze af naar concentratiekampen. Deze gebeurtenissen vormden geen reden voor een herziening van het Nederlandse vluchtelingenbeleid. De grens bleef hermetisch gesloten voor Joodse vluchtelingen.

De gebeurtenissen maakten veel van de nog in Duitsland en Oostenrijk wonende Joodse families duidelijk dat in ieder geval hun kinderen op korte termijn het land zouden moeten ontvluchten. Voor veel vrouwen was er bovendien een pure financiële noodzaak want na de arrestatie en deportatie van hun echtgenoot hadden zij vaak helemaal geen inkomen meer en konden zij onmogelijk voor hun kinderen zorgen. Lange rijen wachtenden, overvolle treinen; de huidige vluchtelingencrisis roept herinneringen op aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, toen joodse vluchtelingen in veel landen op dichte grenzen stuitten. Ook Nederland zette duizend extra grenswachten in om illegale joden terug te sturen.

Het argument van de Nederlandse regering tegen toelating van Joodse vluchtelingen was behalve de slechte economische situatie ook een vrees dat de haat tegen Joden die ook in Nederland bestond verder zou toenemen. Toch besloot zij, mede onder druk van de publieke opinie en de joodse organisaties, een beperkt aantal vluchtelingen toe te laten in november 1938. Voor kinderen kon iets makkelijker een uitzondering worden gemaakt want deze zouden niet op de arbeidsmarkt terecht komen. De regering stemde toe mits de Joodse gemeenschap zelf alle kosten voor de opvang zou dragen.

Bijna 2000 jonge vluchtelingen kwamen tussen november 1938 en september 1939 in Nederland terecht, waarvan er ongeveer zeshonderd doorreisden naar Engeland of de Verenigde Staten. Een klein aantal vertrok naar België of Frankrijk, omdat andere familieleden daarheen waren gevlucht.

De 7-jarige Ruth arriveerde in januari 1939 zonder ouders als vluchtelinge in Nederland waar zij op 14 januari werd opgevangen in ‘het Zeehuis’ te Bergen. Er zouden meer vluchtelingenlocaties volgen zoals het Burgerweeshuis te Amsterdam en het Boschhuis in Driebergen-Rijssenburg. In juni 1939 werd Ruth, inmiddels 8 jaar, geplaatst in de vluchtelingenopvang aan het Achterklooster te Rotterdam. Daar kreeg zij toestemming van het Ministerie van Binnenlandse Zaken daarte gaan wonen bij een opvanggezin. Het gezin van Emanuel Naarden aan de Nieuwe Markt te Rotterdam.

Toen volgde het bombardement van Rotterdam op 10 mei 1940. Ook de Nieuwe Markt werd getroffen. De familie Naarden was dakloos. Ruth kreeg een tijdelijk plekje bij Abraham, de broer van Emanuel Naarden aan de Hofstedestraat. Uiteindelijk kregen ze een vervangende woning aan de Hoogstraat 151c te Schiedam.

Ruth is tegelijk met haar gastgezin opgehaald door de Schiedamse politie, op 23 november 1942, en naar Westerbork afgevoerd. De gegevens over Ruth zijn tegenstrijdig en niet compleet. Ruth is na de oorlog lange tijd als “vermist” geregistreerd, of onder de naam Landauer of met een onbekende sterfplaats en/of een andere sterfdatum zoals 11 januari 1943. We weten nu met zekerheid dat ze met haar pleegouders op transport is gegaan, op 31 augustus 1943. En vermoedelijk ook op 3 september is vergast, als meisje
van 12, direct na aankomst in Auschwitz. Net als haar pleegouders, Emanuel Naarden en Jacomijn Naarden-Frankfort (62 en 63 jaar).