Jacob Piller

Broersveld 127 a, Schiedam (steen gelegd op 23 februari 2015)

Blind vertrouwen

De vader Jacob Piller was diamanthandelaar in Amsterdam. Naast vier kinderen was er ook een huishoudster in huis. De Nederlands Hervormde Wilhelmina Post kwam van Zierikzee. Jacob trad op 3 maart 1915 met haar in het huwelijk.

Binnen het Joods ouderlijk gezin viel deze liefde niet in goede aarde en Jacob en Mina besloten daarom in Rotterdam, op wat grotere afstand van de ouders, een bestaan op te bouwen.

 

 

image-12foto 1

In 1937 verhuisden ze naar Schiedam, waar op het Broersveld een zaak in lompen en ongeregeld goed werd begonnen. Doorgaans stond Mina in de winkel en werkte Jacob in de fabriek. Ze kregen vier kinderen, een zoon en drie dochters. Jacob stond bekend als een zeer zachtaardig mens. Altijd bezig met zijn kinderen en later ook met de kleinkinderen. Zijn karakter bracht ook met zich mee dat hij een groot vertrouwen had in mensen.

Aan de andere kant was Jacob beslist geen naïef mens. Zijn eigen kinderen had hij niet laten dopen, maar in 1941 had hij een voorgevoel wat joden te wachten stond. Hij drong er op aan dat de kleinkinderen Japie (Jacob) en Arie (Abel) Nederlands Hervormd zouden worden gedoopt. ‘Dan kan ze niets gebeuren,’ waren zijn woorden. Dat is dan ook gebeurd op 11 oktober 1942. Zelf waande hij zich ook veilig. Hij was immers gemengd gehuwd.
Begin februari 1944 komen er op een ochtend twee keurig geklede heren in de winkel aan het Broersveld binnen. Ze begroeten Mina en vragen of haar man thuis is. Ze willen hem graag spreken. Mina schudt het hoofd en vertelt dat haar man op de fabriek aan het werk is. ‘Wanneer komt hij thuis?’, vraagt een van de heren? Onbevangen vertelt Mina dat ze hem rond twaalf uur verwacht, want hij eet elke dag tussen de middag thuis. Nadat de twee heren vertrokken zijn gaat de winkeldeur opnieuw open en stapt een buurman binnen. ‘Mien, wat waren dat voor mannen?’ De buurman krijgt te horen dat het geen klanten waren, maar dat ze voor Jacob kwamen. De buurman knikt. Hij had het al gedacht. De twee heren zagen er veel te netjes uit voor een klant. ‘Mien, ik vertrouw het niet. Ik blijf even tot Jaap thuiskomt. Ik moet even met hem praten.’
Als Jacob binnenkomt schiet de buurman hem direct aan. Hij vertelt hem kort wat er is voorgevallen. ‘Man, jij moet als jood goed uitkijken. Ik raad je aan om je koffer te pakken en onder te duiken bij een vriend van mij in het Westland. Jacob kijkt hem verbaasd aan. ‘Moet je horen,’ zegt hij, ‘denk jij dat ik mijn huis uitvlucht? Ik heb nooit, maar dan ook nooit iemand kwaad gedaan. Waarom zou iemand mij kwaad doen?’
Even later komen de twee keurige heren weer binnen. Als ze Jacob beetpakken valt hun keurigheid van ze af. Jacob wordt gearresteerd en meegenomen. Zijn vertrouwen in de mensheid heeft zijn lot bepaald.
Mien en de kinderen Henriëtte, Anton, Sophia en Sara hebben hem nooit meer terug gezien. Zijn de oorlog verder ongeschonden doorgekomen. Maar de kinderen zijn opgegroeid met wantrouwen zonder het blinde vertrouwen van hun vader.